Menu

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Complete Horseman story

 

Inleiding 


De eerste kennismaking met de Horseman-kropper: 
Als kind had ik postduiven, die moesten weg toen de puberteit kwam, maar?zoals meestal, komen er toch weer opnieuw duiven. Ik was midden dertig en begon weer, deze keer met Nikolajewer Hoogvliegers, de thermiekvliegers uit Nikolajew, een Russische havenplaats aan de Zwarte Zee. Daarna, want een thermiekvlieger in Nederland vliegt maar een paar dagen per jaar goed, kwam de Oosterse Roller en die bleef 25 jaar. Ik ben altijd trouw gebleven aan ?n ras tot?voorjaar 2001, toen ik in Zutphen de Horseman zag vliegen en later ook zijn gedrag kon bekijken. Ik werkte inmiddels bijna niet meer dus het moest kunnen: een 2e ras t.w. de Horseman-kropper. Ik heb er nooit een moment spijt van gehad. Het is absoluut mijn favoriete duif! 

De Horseman-kroppers die ik in Zutphen zag, kwamen via Bertus van de Vegte (die helaas in 2005 is overleden) uit Zwolle, een gerenommeerde fokker van Engelse kort- en langvoorhoofdtuimelaars bij Lambert van Lindenberg uit Laren(Gld.). Bij navraag bleek dat Bertus ze in Schotland had gekocht van Scott Sharp, ook weer een zeer goede bekende van veel Nederlandse liefhebbers. Je ziet hem bijna altijd op de bondsshow en andere grote duivenmanifestaties in Nederland. 

Het land van herkomst
De Horseman-Kropper is afkomstig uit Schotland. Ik wilde heel graag meer weten toen ze me echt goed bevielen en ik maakte contact met de Schotten. Eerst met de Speciaalclub (de National Horseman-Pouter Club) en met het bestuur daarvan. Al snel bleek dat James D'olier, Jimmy voor de jongens, niet alleen de voorzitter was maar ook de grote man die de Horseman jarenlang gepusht heeft. Bij hem heb ik in november 2002 in Balihai bij Conon Bridge, in the Highlands, helemaal in het noorden bij Inverness, de eerste 2 manden met Horseman-kroppers gekocht. In januari 2003 bezocht ik voor het eerst de clubshow van de Horseman-Speciaalclub, de NHPC. Daar maakte ik kennis met alle jongens die er wat de Horseman betreft iets toe doen. 

De geschiedenis van de Horseman-kropper
De naam ?Horseman? als kropper is al h?l erg oud, dat blijkt uit het volgende literatuuroverzicht: 
Engelse literatuur
1676: Willughby ? blz. 132 van Columba Eques, een van de eerste duivenblaadjes: Light Horseman: a bastard kind of Cropper and Carrier with Wattles and swollen throats. 
1693: staat de Horseman genoemd in the Oxford Dictionary of English. 
1728: Londense krant met advertentie "To be sold?.Carriers, Horsemen, Croppers, Pouters?" 
Franse literatuur
1754: van een zekere "R" een Frans manuscript, blz 80: Cavaliers (eerste Franse benoeming van de Horseman) 
Duitse literatuur 
1790: "Ulmer Taubenbuch" nr.42: Rittertaube, leichte Reuter. Een kruising van een Carrier en een Kropper, blz.50. 
Nederlandse literatuur
Heel veel later, in 1915, wordt in Glasgow op een show een blauwe Horseman de beste duif van de show, dus de kampioen. 
C.A.M. Spruijt beschrijft deze duif in 1916 in zijn boekje "de Kropperrassen" en laat een foto zien van de blauwe doffer die kampioen werd in Glasgow. 

Waar komt de naam Horseman vandaan? 
Het is niet volledig bekend waar de naam vandaan komt, hieronder staan een aantal mogelijkheden opgesomd: 
1. Postbezorging per paard: met daarbij duiven om berichten te versturen. 
2. Beroving van postkoetsen door (struik)rovers te paard. Bekend is dat later ruiters met "thief-pigeons? naar London gingen gewoon om andere duivenhokken te plunderen. 
3. Man on horseback , een echte ridder (Knight) of een adellijke (Noble), want de gewone man kon zich geen paard veroorloven. 
De Engelse woordenboeken spreken van: 
?Horseman?, ?Light Horseman? en ?Heavy Horseman? en noemen het "slang" (bijnaam) voor dieven of rovers op de rivier de Theems. De "Light Horseman" zijn dan het soort mensen die leven van stelen en plunderen en de "Heavy Horseman" waren bootwerkers die aan boord gingen om schepen schoon te maken (ketelbikkers) 

Het ontstaan van "thief-breeding" en "thieving"
De ruige Schotten vochten vaak in Europa, vaak als huursoldaten, maar ook als landelijke afvaardigingen (steun aan de Fransen tegen de Duitsers) en als huursoldaten in Spanje tegen Franco. Daar, in Spanje, is het begonnen met de "thieving", het afvangen van andermans duiven door eigen duiven. De Schotten hebben ?het kunstje? dus gezien en geleerd van de Spanjaarden. 

Na de 1e Wereldoorlog kwam o.a. de grootvader van James D'olier, die lange tijd de belangrijkste fokker en propagandist van de Horseman was, terug van het vaste land. Na terugkomst in eigen land begon hij met enkele kameraden in Glasgow (en omgeving!) met "thieving" omdat ze dat dus gezien hadden in Spanje. 
De "duivenvangers" kwamen bijeen in onbewoonbaar verklaarde of gewoon leegstaande oude huizen en daar ontstonden de eerste "swop-shops" oftewel handel in getalenteerde diefduiven wat dan altijd "Horsemans" waren omdat de Schotten dat als hun nationale "thief-pigeon" zagen. 
Tot de 2e Wereldoorlog ontwikkelde zich de "thieving" op een laag pitje vanwege de armoede in de sloppenwijken van Glasgow. Na de 2e Wereldoorlog werd de animo groter. Veel arme Schotten werden in lelijke betonnen flats gestopt en ook daar werd er "gevangen" m.b.v. "window-boxes". 
Deze vangkooien werd buiten aan het keukenraam gehangen (de ramen gingen naar binnen open) en door de week lieten de vrouwen overdag ?n voor ?n de doffers uit. De duiven zaten meestal in de gang in een kast (cupboard) met ventilatiegaten in de deuren. De vrouw van James D'olier ving ooit 3 duivinnen op ?n dag terwijl haar man op de bouw werkte. 
In 1950 werd de sierduivenclub Glasgow Feather Club opgericht die inmiddels echt groot is. Pas in 1980 werd de NHPC (National Horseman Pouter Club) opgericht als Speciaalclub voor de Horseman onder auspici? van de National Pigeon Association (Schotse NBS), dit was ook weer het werk van James D'olier. De NHPC is in onze ogen maar een relatief kleine club met ongeveer 50 leden waarvan er zeker ook nog eens 5-10 in het buitenland wonen 

De ontwikkeling van de Horseman-kropper, het "thieving"-aspect en de invloed van James D'olier: 

De nieuwe Horseman-kropper
In 1980, toen de tentoonstellingsactiviteiten voor de Horseman begonnen via de Speciaalclub NHPC, vertrok D'olier naar Inverness in "the Highlands" en begon daar een eigen aannemersbedrijf. 
D?olier heeft de Horseman praktisch opnieuw "opgebouwd" met behulp van goede postduiven en een aantal sierduivenrassen waaronder: Norwich kroppers (algemene toepassing), Silezische Kroppers (voor de kleur wit en meer ronding in de ballonnen) en Th?inger Vleugelduiven (voor het lakzwarte in de kleur zwart). Door het feit dat er tevens postduiven werden ingekruist kreeg de Horseman de postduiven kleuren als standaardkleuren en kwam er later zwart, wit en ook sierduivenrood en - geel bij. De laatst genoemde kleuren zijn voor ons kritische Nederlanders nog lang niet goed genoeg. D'olier bleef telkens maar postduiven inkruisen om de Horseman goede vlieg- en orientatie-eigenschappen te geven. Het is daadwerkelijk zo dat de Horsemans van D'olier, zonder uitzondering, allemaal goede vliegers zijn. D'olier zelf spreekt van "fanciers? (liefhebbers) en "dealers" in Glasgow waarvoor hij de "Horseman thief pouters" fokt. De standaard van de Horseman: 
Het type van de Horseman is in principe heel erg simpel: niet te stijl opgerichte, middelgrote temperamentvolle kropper, iets groter dan een postduif. De koplijn, de ogen en de snavelinplant zijn meestal geen probleem. De ballon moet groot en rond zijn en moet bij actie goed uit de taille komen. De staart wordt vrij van de grond gedragen en de vleugels zijn ca. 1,5 cm korter dan de staart. De benen moeten recht onder het lichaam staan. De erkende kleuren zijn in feite alle postduivenkleuren. Een ernstige fout zijn witte veertjes, vaak zijn dat de onderste veertje aan de benen bij de blauwgekleurden. 
Ernstige fouten zijn: onvoldoende type, te weinig ballon en te sterk opgerichte houding. De afgedrukte fotokopie van een Schotse Aquarel is nog steeds de offici?e standaardtekening van de Schotten. 
U kunt de Nederlandse standaard bekijken op de website van de www.horseman-kroppers.nl 

De Horseman voor de "flyers" 
D'olier was dominant maar de jongens in Glasgow ("the Glasgow gang") hadden natuurlijk ook allemaal respect voor hem. Hij was aan het milieu ontsnapt, hij was financieel onafhankelijk en was zijn duivenmaatjes in Glasgow niet vergeten. In Schotland is het zo dat de jongens die "thieving" bedrijven, the "doo-man" genoemd, zelf niet fokken. De tentoonstellingsjongens (exhibition-people) fokken en de ?flyers? kopen de restanten en overschotten op aan het eind van de jaarlijkse clubshow in Coatbridge, 20 km van Glasgow. Dit gaat bij opbod en D'olier, hoe kan het anders, is de veilingmeester. 

Het vliegen met de Horseman 
In Schotland heb je twee verschillende vormen van vliegen: vanuit hoge torens in de parken (vanaf de ?greens?) of het vangen gebeurt vanuit de thuisslag. 
De torens in de ?greens? zijn ongeveer 6-8 meter hoog, een stalen constructie, betimmerd met plaatmateriaal en van buiten bekleed met verzinktie groen geschilderd zijn. Met behulp van een ladder klim je er in op ongeveer 4 meter boven de grond. De eigenaar laat zijn duiven hier nooit achter vanwege het gevaar voor diefstal. Ik zag er ooit ?n aankomen met een bestelwagentje met daarop een ladder. In de bestelwagen zaten kropperkasten van 40x40x40cm en dan telkens 4 op een rij. De eigenaar sleepte die kropperkasten mee naar boven en liet dan de duiven ?n voor ?n los of als koppeltjes vliegen. Sommige "flyers" vliegen door de week met een koppeltje, als gepaarde duiven, en in het weekend gaan ze dan over op het "solovliegen" of wel het "vangen". 
Bij vliegen van Bij vliegen vanaf de thuisslag zijn de regels in principe niet anders, het is echter voor de eigenaar comfortabeler. De eigenaar heeft zijn duiven allemaal individueel opgekooid in kropperhokken, dit zijn gewone lichthokken maar de hoeveelheid licht in het schuurtje, want dat is het duivenhok dan meestal, is beperkt. Ze vliegen dan ook weer vanaf een soort toren, maar die is dan minder hoog als de genoemde groene torens op de ?greens?. 


Vliegen tegen wie? 
Daar zijn de Schotten heel open in. Zomaar een doffer erop uitsturen en denken dat hij met een duivin terugkomt, dat werkt daar niet zo goed. De Schotten spreken van "flying against somebody else who is not too far away": een duivenvriendje dus, waar je mee belt en afspreekt wie wat doet. Ze hebben hun doffers bij elkaar losgelaten zodat de dieren de plek kennen. Anders dus dan in Den Haag, waar de lucht vol is met "tilduiven" van beide geslachten. 

Waar blijven de gevangen duiven? 
Wordt er een onbekende duif gevangen dan kennen de Schotten een systeem dat lijkt op het systeem bij de ?Zwarte Vogel? in Den Haag. De vangduifsteden zijn Glasgow en Edinburgh. Gevangen duiven worden ingeleverd bij het plaatselijke "opvanghok" en daar wordt ook een vergoeding ontvangen. Als de eigenaar op tijd is kan hij zijn duif daar terug kopen, wacht hij te lang dan gaat de duif naar de partnerstad en wordt daar verkocht. In Glasgow gevangen duiven die niet worden opgehaald verhuizen naar het centrale "opvanghok" van Edinburgh en worden daar te koop aangeboden. 

De Horseman opgenomen in de Zeldzame Kroppers Club 
Op advies van Dick Hamer en na ruggespraak met enkele medefokkers, werd na de "voorlopige erkenning" van de Horseman, op de NBS bondsshow in Leiden in januari 2005, de Horseman-kropper ingebracht in de Speciaalclub van de Zeldzame Kroppers. Dat was goed voor de Horseman maar zeker ook voor de Zeldzame Kroppers Club. Inmiddels zijn meer dan 20 Horseman-fokkers lid van de ?Zeldzame?. 

Samenvatting 
De Horseman-Kropper is inmiddels een populaire duif in Nederland, maar ook in andere landen buiten Schotland: aan de Westkust van Amerika, waar zojuist Mike Hughes een Amerikaanse Speciaalclub voor de Horseman heeft opgericht, de HPCNA (Horseman Pouter Club North America) en in Ontario in Canada, waar een paar ge?igreerde Schotten, met als aanjager Victor McDonald, de schouders er onder hebben gezet. De Horseman dankt zijn populariteit aan de buitengewoon leuke en sterke manier van vliegen. Het is een lust voor het oog om deze duiven aan het werk te zien. Ze vechten nauwelijks met elkaar en het lijkt alsof ze "praten" of "overleggen". Het zijn uitstekende kwekers en inmiddels hebben we in Nederland al een hele rij topdieren. 
Het aspect van de combinatie "vliegen en showen" is volgens mij de grote aantrekkingskracht voor de duivenhouder in deze tijd. Het geeft de hobby veel meer dynamiek en iedere dag weer die spanning van hoog of niet hoog, lang of kort vliegen en als ze wegtrekken, wat ze rustig een half uur kunnen doen, weer de spanning van "waar blijven ze toch". Het is gewoon leuk, iedere dag opnieuw. 

Er zijn maar gedurende een korte periode, voornamelijk in de herfst en de winter, tentoonstellingen en?vliegen kun je met de Horseman-kropper iedere dag. Weer of geen weer, dat stoort hem niet en wegvliegen of de weg kwijtraken overkomt hem, met 50% postduivenbloed in de oorsprongsfase, ook niet zo gauw. De Horseman heeft in Nederland een eigen website met als adres: www.horseman-kroppers.nl . Daar staan o.a. links op naar alle interessante andere websites in Europa en Amerika, zoals die van Jimmy D'olier, Pat Moran, Glasgow Feather, Mike Hughes in Amerika en meer. 
Hier kun je zeker nog meer informatie over de Horseman-kropper vinden. 

Rob Sekhuis 
zomer 2006 

 

          ^ naar boven ^